“Het is nooit rendabel om je huis te verduurzamen!” Feit of fabel?

Eind augustus publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een rapport over de betaalbaarheid van verduurzaming van koopwoningen. De conclusie was ontmoedigend te noemen: een complete verduurzaming zou voor vrijwel niemand rendabel zijn. De waarheid ligt echter een stuk genuanceerder en er zijn tal van maatregelen die wel degelijk lucratief zijn…

Voor een onderzoek moet je keuzes maken: wat meten we wel en wat niet. Dat is logisch. Die keuzes zijn natuurlijk voor een belangrijk deel bepalend voor de resultaten van het onderzoek. En juist dat aspect kwam in veel berichtgeving over het PBL-rapport niet goed uit de verf.

Beperkte scope

In het rapport staat becijferd wat de kosten zijn van het gasloos en energieneutraal maken van tussenwoningen van ca. 110 vierkante meter, in eigen bezit, met verwarming via een luchtwarmtepomp. Appartementen, (half) vrijstaande woningen en huurwoningen werden dus niet meegenomen in het onderzoek. Belangrijker nog: uitgangspunt in het onderzoek was het gasloos én energieneutraal maken van de woningen. In een energieneutrale woning is maar weinig energie nodig – en de energie die nog wel nodig is, wordt op een duurzame manier opgewekt in of bij de woning zelf. Maar het Klimaatakkoord streeft alleen naar het aardgasvrij verduurzamen van de woningvoorraad.

Dure boodschappenlijst

Vooral voor oudere woningen zijn grote investeringen nodig om volledig energieneutraal te worden: om te beginnen een dik pak isolatie en veel zonnepanelen. In het scenario van het PBL wordt ook steeds gekozen voor een luchtwarmtepomp. Voor oudere of grotere huizen is daar een flink exemplaar (of zelfs twee stuks) voor nodig, plus nieuwe radiatoren. Het boodschappenlijstje van het PBL leidt daardoor tot een behoorlijk hoge rekening.

Terwijl ook andere vormen van (elektrisch) verwarmen mogelijk zijn. Denk aan infraroodpanelen, al dan niet in combinatie met elektrische vloerverwarming en/of een pelletkachel – mits pellets van duurzame herkomst en met fijnstoffilter, uiteraard. Bovendien worden gezamenlijke oplossingen voor huurders, aansluitingen op een warmtenet of gebruik van duurzame gassoorten niet als optie meegewogen. Gezamenlijke aanpak zal zeker leiden tot verlaging van de kosten.

We zeiden het al: onderzoeken is afbakenen, maar de afgelopen maanden werd de PBL-conclusie in verschillende media met enige graagte aangehaald voor doeleinden die het planbureau ongetwijfeld niet voor ogen heeft: ‘Zie je wel! We worden op kosten gejaagd door die energietransitie.’

Rendabele alternatieven

Er zijn veel alternatieven denkbaar, ook in financieringsvormen, om verduurzaming van woningen wel degelijk rendabel te maken. Hier noemen we in elk geval de stappen richting gasloos die zich hoe dan ook terugverdienen.

  • Zonnepanelen leggen
  • Spouwmuurisolatie aanbrengen
  • Dakisolatie aanbrengen
  • HR++-glas plaatsen
  • Elektrische geiser in plaats van een cv-ketel voor warmwatervoorziening
  • Koken op inductie
  • Dichten van kieren (tochtstrips, brievenbusborstel)
  • Radiatorfolie aanbrengen
  • Ledlampen
  • Waterbesparende douchekop

Terugverdientijd

Wat de terugverdientijd is van deze maatregelen? Dat hangt uiteraard van veel factoren af, zoals het aantal zonnepanelen, de grootte van uw huis, de gekozen aanbieder, enzovoort, enzovoort.

Om toch een indruk te krijgen van het rendement van energiebesparende maatregelen, ontwikkelde Milieu Centraal de Standaard Rekenmethode Rendementen. Hier leest u daar meer over. Uw rendement laat zich niet alleen uitdrukken in een lagere energierekening. Betere isolatie leidt ook tot meer wooncomfort en een waardevaste en toekomstbestendige woning.

En last but not least: door onze huizen te verduurzamen, dragen we samen bij aan het beperken van klimaatverandering. Dat mag, naast al het gereken en gepraat over rendement, ook wel weer eens gezegd worden. Het gekke is dat we ons bij bijvoorbeeld een nieuwe badkamer zelden afvragen wanneer we deze hebben terugverdiend. Misschien omdat de ‘beloning’ direct voelbaar is. De beloning voor verduurzaming is minder tastbaar, maar feitelijk veel belangrijker.

Lees ook: